Afgelopen zomer trok ik met mijn grote vriend Martin naar de Italiaanse Alpen, om preciezer te zijn naar Bormio. Jaren geleden was ik hier al een keer om over de weg Alpen-reuzen zoals de Gavia, Mortirolo en de Stelvio te bedwingen. En een rondje om het fameuze Lago di Cancano te fietsen op 2000 meter hoogte. Maar hoe zou het zijn om op je gravelbike hier rond te rijden? Om maar gelijk met de deur in huis te vallen, het werd een adembenemend avontuur.

Dag 1: Weerzien met Lago di Cancano

Lago di Cancano

De eerste dag van onze 4-daagse is er eentje die je rustig laat wennen aan de hoogte en het gravel. We verlaten Bormio in oostelijk richting via het dal waarna we na mooie klim op 2000 meter hoogte aankomen op het bosplateau dat ons richting de beroemde Torre dei Fraele, de toegangspoort naar de Lagi di Cancano. Rondom deze 2 stuwmeren met hun prachtige blauwe water is het geweldig gravellen en daarna hoef je alleen nog maar naar beneden te fietsen terug naar Bormio. 65 km en slechts 1300 hoogtemeters, een lekker begin.


Op het bosplateau kijk je de vallei richting Bormio in.

Dag 2: Bormio 2000 en een stevige klim naar Lago di Cancano

Dag 2 is van een totaal andere orde. Vanaf vandaag komen we niet meer onder de 2000 hoogtemeters, zo ook niet vandaag als we eerst over de weg naar het skistation Bormio 2000 rijden met prachtige uitzichten over het stadje. Daarna gaan we onverhard verder door het bos om via een mooie maar technische afdaling naar het dal terug naar Bormio te rijden. Daar nemen we de afslag naar de Stelvio maar na Bagni Vecchi verlaten we de doorgaande weg  om over eeuwenoude en soms krankzinnig steile grintwegen naar de stuwmeren van Cancano te rijden. We komen nu van de andere kant maar de afdaling naar Bormio is hetzelfde als de dag ervoor maar na ruim 2000 hoogtemeters in slechts 54 km vonden wij dat wel prima.

Bovenop bormio 2000
Op de achtergrond de weg naar de Stelvio

Dag 3: Val Mustar en de Umbrailpas

De derde dag is, met zijn 2200 hoogtemeters , er eentje om in te lijsten. We rijden nu naar de Torre dei Fraele via de oude militaire weg die helaas ondertussen geasfalteerd is maar je via 17 haarspelbochten bij de torens brengt. We rijden eerst onderlangs en daarna bovenlangs de stuwmeren om daarna door een fascinerend Alpenlandschap te rijden over onverharde wegen die je naar ruim 2200 meter leiden. Je daalt af naar Val Mustair, een vallei die bekend staat om zijn unieke combinatie van ongerepte natuur, diepgewortelde cultuur en absolute rust. Na deze hooggelegen vallei te zijn afgedaald komen we aan in Santa Maria Val Mustair om de iconische Umbrail Pas op te rijden, verhard maar in onze ogen 1 van de mooiste Alpenbeklimmingen die er zijn, Bovenaan de Umbrailpas op 2500 meter is het harde werk gedaan en rij je ruim 20 naar beneden over de Strada dello Stelvio richting Bormio.

17 haarspelden naar de Torre de Fraele en Lago di Cancano
Val Müstair

Dag 4: Stelvio Gravel

De vierde en laatste dag rijden we over het asfalt omhoog naar de Stelvio. Vanaf Bormio ietsje minder zwaar dan zijn beruchte broertje vanaf de noordkant (de nummer 1 klim van Europa) maar met nog altijd ruim 1500 hoogtemeters in 24 kilometer. We genieten van het fameuze uitzicht en dalen dan weer af richting de Umbrailpas om vlak daarna onverhard onze reis te vervolgen. En hoe, richting de Bocchetta di Forcola, dat op bijna 2800 meter ligt, wordt de weg steeds smaller en steiler en moeten we geregeld van de fiets af. Bovengekomen moet je je fiets bijna over de steile rand van de top tillen om vervolgens van een adembenemend uitzicht te genieten. Het lijkt soms net alsof je op de maan staat. Vanaf hier rij je weer over die reeds genoemde  eeuwenoude zout- en wijnwegen door een overweldigend landschap en kom je uit bij een zeer steil en in de rotsen is uitgeslepen dat leidt naar de onverharde weg naar Cancano. Vanaf hier weten we onderweg de weg naar Bormio wel uit ons hoofd en na 2100 hoogtemeters en talloze mooie indrukken in ons hoofd sluiten we deze mooie week af.